Brancheren: de oplossing voor monocultuur?

‘Nutella-winkels’ noemen ze het in Amsterdam (NRC.next, 11 maart 2017): panden waarin wafel- of Nutellawinkels zitten omdat toeristen aan deze producten blijkbaar een grote behoefte hebben. Het levert de stad een eenzijdig straatbeeld op. Deze pandeigenaren lijken ongevoelig voor argumenten tegen een monocultuur en verhuren het pand aan de hoogste bieder. Ook in een aantal Overijsselse steden kennen we het ‘Nutella-probleem’, weliswaar niet met de bekende chocolade broodbelegproducten, maar wel met panden in een winkelgebied waarin ‘veel van dezelfde koopwaar’ te vinden is. In andere steden zien we juist dat er geen duidelijke keuzes worden gemaakt. Er ontstaat een spectrum aan winkels waar geen lijn in te ontdekken valt. En dat is niet aantrekkelijk voor een bezoeker. Is brancheren, het van bovenaf bepalen welke winkels wel en niet in bepaalde buurten mogen komen, de oplossing? Hoe pak je dat aan? En: welke rol heeft een centrum- of dorpsmanager?

Urgente vragen waarop een antwoord nog niet zo eenvoudig is. Tijdens een centrummangersbijeenkomst in Borne op 8 oktober, zochten centrum- en dorpsmanagers naar antwoorden, samen met experts.

Spelregels en speelruimte

Het werd deze middag al snel duidelijk, dat het ‘van bovenaf opleggen’ niet zomaar kan. Daar zijn spelregels voor zoals: ‘je mag niet discrimineren’ en: ‘je kunt niet beslissen voor een ander’. Wat kan dan wel? Commercieel vastgoedspecialist Jeroen Roose-van Leijden, verbonden aan de CentrumManagement Academy, geeft de speelruimte aan: “Denk in mogelijkheden en toon lef” en “start met de partijen die wel willen meebewegen.” Maar hoe doe je dat?

Roose-van Leijden geeft een aantal concrete voorbeelden. “Kijk bijvoorbeeld naar de leefstijlen van bezoekers aan je centrum. Bedenk op basis van de uitkomsten waar je je als centrum naartoe moet ontwikkelen. Een ander voorbeeld zijn gebiedsprofielen. Zorg ervoor dat je duidelijke profielen hebt per gebied zodat duidelijk is waar wat wel en niet kan.” Als laatste voorbeeld vertelt Roose-van der Leijden over verfijning van de horecakaders: “Breid je horeca uit van 2 soorten naar bijvoorbeeld 5. Beperk je dus niet tot alleen dag- en nachthoreca. Er kan zoveel meer. Wees hierin creatief.”

Zoek de samenwerking op, voorkom ontwrichting

Een algemeen advies had Roose- van Leijden ook voor de aanwezigen: “Verhoog je organisatiegraad, ook die van vastgoedeigenaren.” Het sluit mooi aan bij een publicatie op RetailTrends.nl van 3 september jl. (Zwijnenberg/Voss) waarin wordt beargumenteerd dat ‘de kwaliteit van een winkelgebied wordt bepaald door de ‘fysieke’ omgeving en door de mate van samenwerking. Zeker als de verschillende stakeholders in winkelgebieden (retailers, vastgoedeigenaren, gemeenten) onvoldoende inspelen op de veranderingen en niet samenwerken neemt het gevaar van echte lokale ontwrichting sterk toe.’ Hoe belangrijk de verbindende rol van een centrum- of dorpsmanager is, wordt met deze uitspraak nog eens onderstreept.

Suzanne Swart van gemeente Borne, die deze middag ook aanwezig was, beaamt dat die samenwerking van essentieel belang is. “Denk mee als overheid en zorg voor een goede wisselwerking tussen overheid, ondernemers en vastgoed”.

Ontwikkel een visie per deelgebied

Niet alleen winkels maar ook winkelgebieden moeten relevant zijn en een duidelijk profiel hebben (Zwijnenberg/Voss, RetailTrends, sept 2019). Iets waarvan Roose-van Leijden een warm pleitbezorger is: “Wees als gemeente duidelijk wat je visie is per deelgebied.” Wachten op betere tijden is overigens geen optie meer want de leegstand neemt alleen maar toe. Om met Zwijnenberg/Voss te spreken: ‘Het dak moet gerepareerd worden terwijl het stormt’. Ga er maar aan staan als retailer, gemeente of centrummanager.

Partners