Gedeputeerde Monique van Haaf: trots op Stadsbeweging

Trots is Overijssels gedeputeerde Monique van Haaf op de Stadsbeweging, onder haar bewind opgericht én succesvol geworden. ‘Geen stad is honderd procent maakbaar, maar dit is gaaf.’

Monique van Haaf is terecht enthousiast. Ga maar na: de ene na de andere stad in Overijssel komt tot leven. Na jaren van crisis bruist het nu weer van energie. Stadscentra worden compacter en – dus – gezelliger, er valt altijd iets te beleven, er staan minder panden leeg. Steeds meer steden blaken van zelfvertrouwen. ‘Het is echt dynamischer geworden.’

Het zijn stedelingen zelf die hun stad doen bruisen
Het mooiste is, weet de VVD-politica: het zijn stedelingen zélf die hun stad doen bruisen. De Stadsbeweging doet in feite niet meer dan haar naam zegt: kleine en grote stads- en dorpskernen in beweging brengen. ‘De Stadsbeweging is een aanjager. Stedelingen – inwoners, winkeliers, vastgoedeigenaren – weten zelf heel goed wat ze willen. Dankzij de Stadsbeweging krijgen ze invloed. Regie.’

Er is geen activiteit van de Stadsbeweging, of Monique van Haaf is erbij. En dan niet zozeer om een vinger in de pap te hebben, maar om haar enthousiasme te laten zien over een nieuwe manier van besturen: loslaten. ‘Kijk, Provinciale Staten van Overijssel maken geld vrij voor de Stadsbeweging. Het gaat om 10 miljoen euro in vier jaar. Daar moet ik dus verantwoording over afleggen. Maar ik sta niet bij elk afzonderlijk project van de Stadsbeweging aan het roer. Integendeel: dat doen de betrokken mensen, binnen vooraf vastgestelde kaders, juist zelf. Vooral jongeren zorgen voor een fris geluid.’

Er is geen blauwdruk
De Stadsbeweging gaat er vanuit dat ondernemers, bewoners, lokale overheden en vastgoedeigenaren zelf aan de slag gaan met de toekomst van hun binnenstad. Ze wil een betrokken partner zijn door mee te denken, beschikbare kennis toegankelijk te maken en financieel bij te dragen. De uiteindelijke afspraken worden vastgelegd in arrangementen.

Juist die werkwijze maakt de Stadsbeweging tot succes, weet de gedeputeerde. ‘De Stadsbeweging haakt aan bij wat er al is. Ze verbindt en inspireert. Dat betekent dat elke situatie in elke stad anders is, en dus een andere aanpak vraagt. Er zijn geen taakstellingen, er is geen blauwdruk. Het is maatwerk. Die manier van werken past bij mij. En kennelijk ook bij ondernemers – winkeliers en vastgoedeigenaren – en inwoners.’

Goed beschouwd heeft de Stadsbeweging zich in de drie jaar van haar bestaan onmisbaar gemaakt. Ontstaan vanuit de noodzaak om leegstand in stadscentra te bestrijden, is ze inmiddels actief in 25 Overijsselse steden. Daar zijn 16 centrummananagers aan de slag. Ideeën voor vitalisering van binnensteden worden uitgewisseld in 40 stadscafés. Samenhangende projecten zijn al 19 keer uitgemond in een stadsarrangement. En voor maar liefst 141 zelfstandige projecten is een stadscheque uitgeschreven.

Grote tegenslagen? Monique van Haaf kan ze niet bedenken. ‘Als er al tegenslagen zijn, gaat het meestal om tijd. Vooral ondernemers willen altijd sneller vooruit dan de bestuurlijke realiteit toelaat. En ook wij willen wel sneller. Maar het kost een gemeente aardig wat tijd om de kaders te bepalen. Of bijvoorbeeld ondernemers te verenigen. Soms moet je wat geduld hebben.’

Wens: meer geld naar de openbare ruimte
Wensen zijn er nog wel, want hoe goed het de Stadsbeweging ook gaat: het kan altijd beter.

Zo is grootschalige gebiedsontwikkeling, ook in binnensteden, het pakkie-an van de Herstructureringsmaatschappij Overijssel, de HMO. ‘De gedachte is dat de Stadsbeweging met bescheiden investeringen dingen in gang zet, waarop de HMO aansluit met investeringen vanaf 1 miljoen euro’, zegt de gedeputeerde. ‘Helemáál goed blijkt dat nog niet te werken. Sommige projecten vallen nu tussen de wal en het schip. Dat zie je met name bij de inrichting van de openbare ruimte. Daarin wil ik dus meer investeren. Hoe? Daar gaan we ons over buigen na de verkiezingen voor Provinciale Staten, op 20 maart – met een nieuwe coalitie dus.’

En verder? Verder verdient de aanpak van de Stadsbeweging een heleboel navolging, vindt Monique van Haaf. ‘Dat is niet altijd mogelijk, hoor. Idealiter zou je zoiets als de energietransitie net zo laten verlopen als het oppeppen van de Overijsselse binnensteden. Maar zo’n grote opgave ontstijgt het niveau van de stad, en zelfs het provinciaal niveau. Dat is dus lastig. Wat wél kan, is projecten voor klimaatadaptatie integreren. Zo zorgen we nu al voor oplossingen voor waterberging en hittestress in nieuwe plannen. Ook willen we zoveel mogelijk samenwerking zoeken búiten onze steden. Binnen de provincie gebeurt dat al. Zo stemmen we, via Overijssel op Streek, voorzieningen in steden en dorpen op elkaar af. Maar we zouden ook kunnen samenwerken met steden buiten Overijssel. Wie weet kun je elkaar aanvullen.’

Tekst: Jolenta Weijers
Afbeelding: bureau Circuit

Partners