Met data de drukte te lijf

Welke straten in het centrum zijn het drukst? Op welke momenten? Waar loopt het vast, en waarom? Als je dat allemaal weet, kun je een binnenstad beter inrichten en een toeristische hotspot als Giethoorn ontlasten. Welkom bij het practicum Smart City, dit keer over het monitoren van passantenstromen.

Een slimme stad gebruikt moderne technologie om kennis op te doen over het gebruik van die stad. Met die informatie kan ze zichzelf verbeteren. Door verkeer soepeler te laten doorstromen bijvoorbeeld. Of – van groot belang bij een pandemie – door drukte in voetgangersgebieden en bij evenementen te voorkomen.

Data verzamelen is een kunst op zich. Vooral omdat gebruikers van de publieke ruimte zich tegenwoordig beschermd weten door de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg). Een betrekkelijk eenvoudige techniek – mensen volgen via hun mobiele telefoon – is daarmee definitief van de baan. Wifitracking, zo stelde de Autoriteit Persoonsgegevens in 2018, is alleen bij hoge uitzondering toegestaan. De Avg geldt ook als gegevens gepseudonimiseerd worden verwerkt en bewaard.

Wat mag een gemeente dan wel doen? Wat levert het op? Welke techniek kan ze het best gebruiken? En waar moet ze op letten bij het verzamelen van data? De vierde sessie van het practicum Smart City, op woensdag 14 april 2021, probeerde antwoord te geven op deze vragen. Met vooral aandacht voor een onderzoek naar technieken om passantenstromen in grote steden te volgen, en voor de manieren waarop het toerisme in trekpleister Giethoorn in goede banen kan worden geleid.

Het practicum Smart City is op touw gezet door de Stadsbeweging, onderdeel van het Ruimte, Wonen, Retailprogramma dat de provincie Overijssel inzet voor vitale stads- en dorpskernen. Eerder belegde de Stadsbeweging al Smart City-sessies over technologie met oog voor de menselijke maat, over regelgeving, en over ethiek en eigenaarschap. Het is de bedoeling nog voor de zomervakantie van 2021 een vijfde sessie te houden, over de rol van burgers bij het vergaren van data.

‘Hightech Binnenstad’ geeft gemeenten concrete handvatten
Mettina Veenstra, lector Smart Cities aan hogeschool Saxion, vertelde tijdens deze online sessie over het onderzoeksproject ‘Hightech Binnenstad’, dat gemeenten concrete handvatten biedt voor datagedreven werk aan hun binnensteden. De resultaten zijn opgetekend in het boek ‘Data voor vitale binnensteden’. Het boek levert de traditionele papieren binnenstadsmonitor mooie aanvullingen en verbeteringen op.

Dat bevat onder meer vijf aanbevelingen waarmee gemeenten het maatschappelijk debat over dataverzameling in binnensteden kunnen vormgeven. Om weerstand weg te nemen, moet je niet alleen laten zien wat er gebeurt, maar vooral ook wat er niét gebeurt, zo klonk het tijdens het practicum.

De belangrijkste vraag in het onderzoek is echter: hoe meet, visualiseer en analyseer je de effecten van interventies in de binnenstad op de bezoekersaantallen en op de beleving en tevredenheid van bezoekers op een fijnmazige maar privacy vriendelijke manier? Bij interventies, zo legde Mettina Veenstra uit, valt te denken aan allerlei ingrepen in een binnenstad, van de organisatie van evenementen tot het planten van bomen. Ook elementen als weer, luchtkwaliteit en geluidsniveau kunnen een rol spelen en tellen zo veel mogelijk mee in de metingen.

Via een dashboard maak je een virtuele tijdreis door de stad
Er zijn pilots uitgevoerd in Deventer, Zwolle en Amersfoort. Omdat wifitracking geen optie is, komen data vooral van autoverkeer. Er is geteld via weglussen en wegvakken en via de bezetting van parkeergarages. De verkregen data zijn gebundeld op een dashboard met onder meer een tijdbalk die je, door er overheen te bewegen, data van verschillende momenten laat zien. Je maakt zo als het ware een tijdreis door de binnenstad, waarbij – bijvoorbeeld – de ochtend- en avondspits gemakkelijk te onderscheiden zijn.

Passantenmonitoring op poten zetten is een tijdrovende klus, hoewel via ‘Hightech Binnenstad’ al flink wat voorwerk is verricht. Maar gemeenten die ermee aan de slag gaan, winnen er uiteindelijk tijd mee, betoogde Mettina Veenstra, want ze krijgen er waardevolle informatie mee in handen.

De aftrap voor het meten van tevredenheid is gegeven
Waar data verzamelen over aantallen passanten al bijna gemeengoed is, blijkt het meten van tevredenheid over en beleving van binnensteden relatief onontgonnen terrein. ‘Hightech Binnenstad’ heeft dat wel gedaan, onder meer via een speciale app, een escape room, een virtual reality-bril en gps-trackers. Het resultaat is een voorlopige classificatie van belevingsaspecten van binnensteden. Gemeenten kunnen daarmee vragen formuleren over de beleving van hun eigen binnensteden.

Het onderzoek heeft ook wat knelpunten blootgelegd. Zo is er de vraag hoe je data zó kunt opslaan, dat door koppelingen tussen bestanden niet alsnog sprake is van privacyschendingen. Deelnemers vinden voor de tevredenheidsmeting – en je tracker terugkrijgen – vergt ook wat inventiviteit, net als de keuze voor de juiste techniek. En uiteindelijk is er natuurlijk de kwestie: hoeveel energie gaat er nog zitten in het toegankelijk maken van al die verzamelde informatie?

Veel gemeenten zijn rijker dan ze zelf weten
Wat dat laatste betreft, merkte Mettina Veenstra op, zijn veel gemeenten al rijker dan ze zelf weten. ‘Wanneer je bestaande data uit verschillende ‘silo’s’ van je organisatie naast elkaar legt, levert dat vaak onverwachte nieuwe informatie op.’

De Stadsbeweging zou geen netwerkorganisatie zijn, als niet tijdens het Smart City-practicum een vraag om samenwerking op tafel kwam. Deventer centrummanager Peter Brouwer vertelde dat ‘zijn’ stad, net als een aantal andere grote steden, in gesprek is met een aantal marktpartijen. Uiteraard moet ook hier nog goed gekeken worden naar de privacy en andere ethische aspecten.

Jan Sartri van startup Metricks vertelde vervolgens over de druktemonitor die, op verzoek van de gemeente Steenwijkerland, in de zomer van 2020 is gemaakt voor Giethoorn. Het dorp vaart economisch wel bij zijn populariteit onder toeristen, maar de leefbaarheid staat er onder druk. Er zijn parkeerproblemen, hulpdiensten verliezen snelheid, op de smalle wandelpaden is anderhalve meter afstand houden onmogelijk, en soms is sprake van filevaren, met alle irritaties van dien. Steenwijkerland wil dit alles beter reguleren, onder meer door verkeersregelaars, gastheren en toezichthouders efficiënter in te zetten.

Stad en platteland hebben andere behoeften
Giethoorn monitort realtime verkeersbewegingen, filtert lokaal en recreatief verkeer, meet de bezetting van parkeerplaatsen, telt hoeveel voetgangers en vaartuigen er zijn en gebruikt verder opensourcedatabronnen en bestaande kennis over het gebied. Om de metingen mogelijk te maken, zijn lussen aangelegd. Hier uit zich overigens het grootste verschil tussen stad en platteland als het om data-analyse gaat: steden beschikken vaak al over veel data, maar worstelen met de vraag hoe deze toegankelijk te maken, terwijl op het platteland de vraag overheerst hoe data het best kan worden verzameld.

Een dashboard geeft per dag het aantal historische bezoekers weer en voorspelt het aantal verwachte bezoekers. Op die manier wordt duidelijk waar, wanneer en in welke mate sturing nodig is. Dat het systeem naar tevredenheid werkt, bleek in de voorbije schaatsperiode, toen Steenwijkerland kon ingrijpen voordat het bij Belt-Schutsloot en Kalenberg te druk werd. Maar ook kon de gemeente al een keer besparen op verkeersregelaars op momenten dat het systeem aangaf dat het wel mee zou vallen…en gelijk bleek te hebben.

Data-analyse biedt kansen voor nieuw toeristisch beleid
Volgens Wieteke Kalkema van Marketing Oost is inzicht in passantenstromen van groot belang voor de spreiding van drukte, iets dat vanwege corona aan belang heeft gewonnen. ‘We krijgen instrumenten voor nieuw toeristisch beleid. We kunnen ons aanbod blijven verbreden en nieuwe doelgroepen aanspreken, terwijl we de drukte behapbaar houden.’

Het gaat dan in eerste instantie om het spreiden van drukte, veelal door bezoekers te verleiden eerst een andere plek aan te doen – oftewel: destinatiemanagement – en pas in het uiterste geval om het weren van meer bezoek.

Wieteke Kalkema: ‘Wordt Giethoorn te druk, dan kun je mensen verwijzen naar – bijvoorbeeld – de Weerribben of de Sallandse Heuvelrug. Helaas wordt op plekken waar het nu nog niet druk is de urgentie om passantenstromen te monitoren logischerwijs nog minder gevoeld. Terwijl dergelijk spreidingsbeleid alleen werkt als je het samen doet. Marketing Oost roept gemeenten daarom op om hun data met elkaar te delen. Daar wordt heel Overijssel mooier en leefbaarder van.’

Wil je deze smart sessie terugkijken? Dat kan via deze link.

Naschrift:
Eind april heeft de Autoriteit Persoonsgegevens de gemeente Enschede een boete opgelegd van 600.000 euro op vanwege wifitracking. De privacy van burger was volgens de autoriteit niet voldoende geborgd. Lees hier het volledige artikel.

 

Partners