Online winkelplatforms zijn populair

Als de klant niet naar de winkel komt, gaat de winkel wel naar de klant. Dat is, kort samengevat, de gedachte achter de online retailplatforms die in heel Overijssel opduiken. Provinciaal logistiek makelaar Freek Boele licht de mogelijkheden toe.

Eigenlijk is er weinig nieuws aan digitale winkelplatforms. De Amazons en Bols van deze wereld zijn in wezen niets anders: centrale plekken op het internet die ondernemers tot etalage dienen. Doorgeefluiken, zo je wilt.

Ook lokale winkelplatforms bestaan al langer. Veel dorpen en steden brengen zichzelf ermee onder de aandacht van het winkelend publiek en dragen tegelijk hun steentje bij aan een leefbare stad. Althans: in potentie. Er zijn nogal wat van die platforms die enkel als uithangbord dienst lijken te doen. Het heeft er alles van weg dat er een coronacrisis aan te pas moest komen om de ontwikkeling van digitale platforms serieus op gang te brengen.

Het was immers de coronacrisis die, nadat de economische crisis van 2008 al grote gaten sloeg in Nederlandse binnensteden, in maart van dit jaar het winkelend publiek in één klap wegvaagde. Een bevolking die in quarantaine zit: dat betekent lege winkelstraten. De detailhandel, die toch al niet veel vet op de botten heeft, zag zich veelal gedwongen online winkelen volledig te omarmen.

Wees solidair, koop lokaal
In Overijssel betekende dat in sommige plaatsen: snelheid maken en – dus – improviseren. Want een klant verloren aan Amazon of Bol win je als plaatselijk winkelier niet snel terug. Vandaar dat overal de roep klonk en klinkt: wees solidair, koop lokaal. En vandaar dat gretig gebruik is gemaakt van de speciale crisisarrangementen waarmee de Stadsbeweging Overijssel stads- en dorpscentra te hulp schoot.

‘Er zijn drie manieren om samen op te trekken als het om online winkelen gaat’, weet logistiek makelaar Freek Boele, sinds kort betrokken bij de Stadsbeweging. ‘Eén ervan raakt aan wat je eerder dit jaar, onder druk van de coronacrisis, in veel plaatsen zag gebeuren: winkeliers gaan onderling samenwerken om spullen bij hun klanten te laten bezorgen. Ze huren samen een fietskoerier in, of een taxibedrijf, zoals in Deventer. Of ze kopen met z’n allen een bakfiets. In deze eenvoudigste opzet is geen sprake van een gemeenschappelijke digitale omgeving. Klanten bestellen rechtstreeks bij de winkels.’

‘Bij optie 2 maak je het consumenten gemakkelijker: ze kunnen hun aankopen doen op één centrale website die winkeliers samen laten bouwen. De Stichting Digitale Dorpspleinen in Zwartsluis maakt dit soort platforms. Winkeliers bezorgen de bestellingen zelf. Ze schaffen bijvoorbeeld met z’n allen een bestelauto of bakfiets aan. Een voorbeeld is het ‘dorpsplein‘ van Zwolle, dat streekproducten op een centrale plaats in de etalage zet.’

‘De derde en laatste manier is om alles volledig uit te besteden. Je laat dan het digitale platform bouwen én de bestellingen bezorgen. Winkeliers worden hiermee volledig ontzorgd – dit is dan ook de duurste optie. Een aanbieder in Overijssel is ‘Koop in jouw stad‘, waarin softwarebedrijf StoreKeeper uit Hof van Twente en koeriersdienst MSG uit Enschede samenwerken. In Overijssel vind je dit concept onder meer terug in Enschede, dat winkels in categorieën verdeelt, en Tubbergen, waar winkels in alfabetische volgorde op de website staan.’

Het belangrijkste criterium: saamhorigheid onder winkeliers
Logistiek makelaar Boele helpt stads- en dorpscentra bepalen welke vorm het best bij hen past. ‘De eerste én belangrijkste vraag die je moet stellen bij het optuigen van een digitaal platform, is deze: hoe saamhorig zijn de plaatselijke winkeliers? Je wilt geen bergen werk verzetten om er vervolgens achter te komen dat de helft van de ondernemers afhaakt, of zelf wel even iets regelt.’

‘Daarnaast is van belang in hoeverre de winkeliers zelf een vinger in de pap willen houden. Koop je een afgeronde dienst bij één bedrijf, dan kun je misschien nog een lokaal sausje aan je website geven, maar daarmee houdt je invloed wel op. Ontkoppel je website en bezorging, dan kun je meer zelf bepalen. En tot slot is er natuurlijk het budget: hoe meer je uitbesteedt, des te duurder het wordt.’

De Stadsbeweging Overijssel is blij met de toetreding van logistiek makelaars tot haar gelederen. Ze worden vooral geprezen om hun praktische insteek en grote netwerk. Projectleider Björn Edelenbos van de Stadsbeweging: ‘Veel Overijsselse kernen werken aan platforms, bezorgdiensten en communicatie. Bij de Stadsbeweging, waar we onder meer goed bereikbare binnensteden nastreven, krijgen we daar geregeld vragen over. Laatst wilde Zwartewaterland met haar ondernemers een bezorgbakfiets aanschaffen. Wij hebben onze logistiek makelaars mee laten kijken voor de beste oplossing waarmee we ook kosten konden besparen.’

Ook onder winkeliers komt noaberschap van pas
Freek Boele, die voor zichzelf een rol zag weggelegd toen de Stadsbeweging Overijssel eerder dit jaar met haar crisisarrangementen begon, zoekt graag eenvoudige en goedkope oplossingen voor de winkeliers. ‘Dan stel ik de vraag: moet er wel een nieuwe bakfiets komen? Misschien heeft de plaatselijke supermarkt er al één die je mag gebruiken. Of ga praten met de pizzakoerier, wiens brommertjes overdag toch stilstaan. Ik realiseer me trouwens wel dat deze vorm van noaberschap gemakkelijk te realiseren valt in kleinere plaatsen. In de grote stad ken je elkaar minder goed.’

Boele dacht onder meer mee over de inrichting van een digitaal retailplatform in het centrum van Kampen. Inwoners van de stad aan de IJssel konden al bestellingen doen via bezorgeninkampen.nl, dat een overzicht geeft van winkeliers die iets met bezorgen of afhalen doen.

Half mei presenteerde de binnenstad van Kampen zich via de lokale pers als ‘online warenhuis’. Consumenten zouden centraal kunnen bestellen, waarop de winkels hun spullen samen zouden laten bezorgen door een fietskoerier van Cycloon. ‘Maar dat is niet van de grond gekomen’ weet Boele.

‘Gezamenlijk bestellen en bezorgen blijkt erg ingewikkeld. Enerzijds doordat je een ingewikkelde website moet bouwen, maar ook doordat het grootwinkelbedrijf al eigen voorzieningen heeft’, zegt Kampens centrummanager Leo Hoksbergen. ‘Gelukkig verviel de noodzaak doordat de coronamaatregelen werden versoepeld. Winkeliers regelen alles nu weer zelf.’

Toch werkt Kampen nog steeds hard aan digitale bereikbaarheid van de binnenstad. ‘Dankzij het provinciaal crisisarrangement kunnen we een professionele website bouwen die meer is dan een opsomming van winkels. Het wordt een echt visitekaartje’, zegt Hoksbergen. ‘We zijn nu bezig met de fotografie; aan het einde van het jaar hopen we in de lucht te zijn. Met het oog op de toekomst is digitale bereikbaarheid van groot belang. Net als het naar buiten treden van de binnenstad met één gezicht.’

Tips van TNO
Kampen is overigens ook een van de twee steden – de andere is Dronten – waar onderzoeksinstituut TNO zijn ‘puppyproject‘ uitvoerde. Puppy staat voor Pop-UPick-uP & home deliverY. Het is een stadslogistiek kennisproject over het snel opzetten en draaiend houden van thuisleverconcepten. TNO werkte in de proeftuinen Kampen en Dronten een aantal scenario’s uit en deelt die op zijn website, zodat alle stads- en dorpscentra in Nederland er hun voordeel mee kunnen doen.

Tekst: Jolenta Weijers

Partners