Overijsselse ‘Slimme Steden’ zoeken de mens in slimme technieken

Overijsselse Smart Cities kunnen alleen slagen als de menselijke maat niet wordt vergeten; dat was de belangrijkste conclusie na de eerste bijeenkomst van de Overijsselse Stadsbeweging op 28 oktober over de toekomst van slimme steden. Want hoewel de technologie veel mogelijk maakt, blijven de inwoners leidend in dit proces. Tijdens een bijeenkomst in de Zwolse werkplaats ‘Brainz’ gingen de makers van én betrokkenen bij die zogenaamde ‘Smart Cities’ samen dieper op de zaken in.

Het evenwicht zoeken tussen emotie en ratio; dat is wat Bert Groot zijn gehoor in Brainz voorhield als het gaat om Smart Cities. Als docent aan de Hogeschool Saxion in Deventer houdt hij zich dagelijks bezig met die slimme steden. Veel mensen denken bij het begrip Smart Cities direct aan grote, moderne steden, zo stelt Groot: “Dit is wat je te zien krijgt als je een plaatje zoekt van smart cities: grote steden met veel verbindingen, iets futuristisch. Met schijnbaar veel wolkenkrabbers – en Overijssel heeft volgens mij geen wolkenkrabbers.” Toch zijn Overijsselse steden wel degelijk bezig zich te ontwikkelen tot Smart Cities.

“We zijn al lang begonnen”
Voor Bert Groot is er geen twijfel mogelijk over de vraag of ‘Smart Cities ‘een keuze of een feit’ is, zoals de titel van deze bijeenkomst de deelnemers uitdaagde: “We zijn al lang begonnen maar we weten het vaak nog niet.” Daarbij gaf Bert voorbeelden van de netwerksamenleving: “We zijn in staat om ons razendsnel te mobiliseren met behulp van de sociale netwerken via onze mobiele telefoons. Zo kunnen we snel oproer creëren, maar ook ogenschijnlijk kleine dorpjes een flinke boost geven.” Als voorbeeld gaf Bert een schets van de festiviteiten rondom het 750-jarige bestaan van zijn geboortedorp in Noord-Holland: “Als er geen social media waren geweest, dan hadden we nooit 800 man op de been gekregen tijdens een festival. En dan hadden we nooit die 30+ andere events in het kader van ons jubileumjaar voor elkaar gekregen.” Die beweging ontstaat ‘van onderop’ en ‘vanuit de samenleving’. Twee krachtige elementen als je praat over een smart city.

Roosendaal; problemen te lijf met spaarprogramma
Vanuit het Noord-Brabantse Roosendaal kwam Samantha van Rooij met een inspirerend voorbeeld van hoe er met slimme technologie én de menselijke maat wordt gewerkt aan een vitalere stad – iets waarvan de afgelopen jaren in Roosendaal bijna geen sprake meer was. Die neerwaartse spiraal kreeg een paar jaar geleden een positieve wending toen gebruikers, eigenaren, bewoners en de gemeente een BV vormden om de leegstand en de teruglopende bezoekersaantallen te lijf te gaan. Hieruit ontstond het loyaliteitsprogramma Roos24; een speciale spaarpas waarmee bezoekers van het centrum kunnen sparen voor cadeautjes en ze zich kunnen registeren voor speciale acties. Dat levert interessante gegevens op voor zowel de gebruikers als de ondernemers.  De Smart City Roosendaal staat niet stil; ondertussen wordt er ook nagedacht over interactieve informatiezuilen die de bezoekers persoonlijk welkom kunnen heten op basis van hun voorkeuren. Belangrijke bijvangst van deze data is dat je goed kunt monitoren welke gebieden in de stad populair zijn en waar nog werk aan de winkel is omdat er bijna niemand komt. Kortom, je kunt als stad veel beter sturen en onderbouwde besluiten nemen. “Het gaat nu goed in Roosendaal”, weet Samantha van Rooij. “Maar er valt ook nog een heleboel te doen.”

Deventer; razendsnelle technologie en soms een eenvoudige fotomuur
“We willen een snelle volger zijn”, aldus regiemanager leefomgeving Denny Lobeek van de gemeente Deventer. “Stapje voor stapje komen we verder.” In zijn stad wordt al gewerkt met slimme technologie om bijvoorbeeld de verkeersstromen in kaart te brengen; hoe lang de verkeerslichten nog op rood blijven staan, waar zich nog vrije parkeerplekken bevinden en welke snelheid je kunt aanhouden om zo soepeler bij het centrum van de stad te komen. Allemaal informatie die nu al deels real time en openbaar wordt aangeboden. “Iedereen kan er gebruik van maken”, liet Denny Lobeek zien. Daarnaast werkt Deventer meer en meer aan een nog slimmere stad, bijvoorbeeld door gebruik te maken van slimme verlichting en zelfs te kijken naar ‘luisterende’ lantaarnpalen die bijvoorbeeld de verkeersstromen in de gaten kunnen houden of de hulpdiensten snel inschakelen bij ongelukken. Al die technologie wil niet zeggen dat Deventer de menselijke maat achter de smart city wegcijfert; op een van de pleinen nabij het station kijken wijkbewoners de bezoekers sinds kort aan vanaf een levensgrote fotomuur. En dat helpt tegen overlast, die ‘toekijkende’ buurtbewoners weet regiemanager Denny Lobeek. “Dat zou ik zeker ook als Smart City willen omschrijven; het slim toepassen van gedragskennis, juist vanwege de menselijke maat.”

Een slimme stad heeft vooral een menselijke maat
In de afsluitende discussie bij de eerste bijeenkomst van de Stadsbeweging stonden de deelnemers ook stil bij de beperkingen aan de ontwikkelingen van de Smart Cities; de soms nog wat verdeelde overheid (“Dit hoort toch bij de afdeling ICT?”) en de snelheid waarmee de ontwikkelingen gaan. “Het gaat knettertje-snel”, luidde de waarschuwing van Saxion-docent Bert Groot. Maar waar alle deelnemers het roerend over eens waren; de inwoners moeten centraal blijven staan. “Een stad kan alleen maar slim zijn als de menselijke maat wordt meegenomen. Laat het bouwen van een stad dus niet over aan de commerciële partijen die op basis van louter techniek een stad bouwen.”. Neem dus ook de kennis van een planoloog of stedenbouwkundige mee. Met een mooie mix van beide werk je daadwerkelijk aan een slimme stad. Daarbij refereert ‘slim’ volgens Lobeek ook aan ‘het slim omgaan met budgetten en lopende projecten’ en een gedragsverandering bij alle betrokkenen van de stad. Met name dat laatste wordt nog een mooie uitdaging, zo was de conclusie.

Partners