Retail in Overijssel: aan de slag!

Als de coronacrisis iets duidelijk maakt, is het de urgentie om de detailhandel te transformeren. De spiksplinternieuwe Overijsselse Retailaanpak helpt daarbij.

De aanpak wil centrumgebieden helpen om onderscheidend, compact en attractief te zijn. Het doel? Een centrum creëren waar bezoekers graag komen en waar ondernemers floreren.

Concreet omvat de Overijsselse Retailaanpak acht praktische instrumenten om ondernemers – individueel of in collectief – te helpen hun bedrijf, en gemeenten en centrumorganisaties hun stad of dorp toekomstbestendig te maken. De aanpak is op touw gezet door de provincie Overijssel en Retail Platform Overijssel (RPO). In het RPO werken diverse organisaties samen waaronder INretail, KHN, MKB-Nederland Regio Zwolle (Vastgoed), MKB-Nederland Midden, VNO-NCW Midden, Hogescholen Saxion en Windesheim, de Retailagenda en het netwerk van centrummanagers in Overijssel. De Overijsselse Retailaanpak is eind september 2020 wereldkundig gemaakt via boeiende streaming retailcafés in achtereenvolgens Deventer, Zwolle en Almelo.

De basis voor de Overijsselse Retailaanpak ligt in de Stadsbeweging en is aangevuld met een enorme hoeveelheid kennis over detailhandel, opgedaan via gesprekken met experts, via analyse van actuele ontwikkelingen en via allerlei onderzoeken. Een van die onderzoeken is het recent gepubliceerde Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019. ‘Dat laat zien dat de steden in Overijssel het best complementair aan elkaar kunnen zijn’, aldus Overijssels gedeputeerde Monique van Haaf. ‘Ze moeten niet allemaal hetzelfde profiel hebben.’ Hans Bakker van RPO: ‘Voor de consument is niets makkelijker dan vanuit zijn eigen stoel te winkelen. Met een eigen identiteit door een goed winkelaanbod en horeca kun je hem verleiden naar het stadscentrum te komen.’

De Overijsselse Retailaanpak is maatwerk

Dankzij de drie retailcafés kregen de drie Overijsselseregio’s de Overijsselse Retailaanpak op maat gepresenteerd. De provincie en RPO ontvingen in elk café deskundige regionale gasten, zoals wethouders en centrummanagers. Zo kon de schijnbaar algemene Overijsselse Retailaanpak, die handig was samengevat in animatiefilmpjes, overduidelijk worden toegespitst op specifieke regionale behoeften, en gingen de gesprekken als vanzelf over kansen en ontwikkelingen in de afzonderlijke regio’s.

Wat steeds weer doorklinkt, is dat binnenstadondernemers zoekend zijn. Hoe ontwikkelt de markt zich? Wat wil de consument? Waar liggen kansen? Hoe kun je het best innoveren? Elke stad en elke ondernemer zal die vragen anders beantwoorden. Als er al antwoorden zijn, want natuurlijk is niets absoluut, zoals de coronacrisis laat zien. Maar een paar zekerheden – pijlers voor succesvolle stadscentra – zijn er inmiddels wel. Op die kennis steunt de Overijsselse Retailaanpak.

Pijler 1: stringenter retailbeleid
Vermindering van retailmeters en lokale transformatie van gebieden moeten leiden tot meer compacte winkelgebieden.

Pijler 2: centrumgebieden transformeren
Winkelmeters verdwijnen, andere functies verschijnen. Denk aan horeca, dienstverlening, vrije tijd, cultuur, wonen, werken, evenementen, markten, ambachten en groenvoorzieningen.

Pijler 3: toekomstgericht ondernemerschap
Zelfstandig ondernemers vormen een belangrijke pijler onder een vitaal centrum. Het is belangrijk om ondernemerschap te versterken.

Pijler 4: toepassen van kennis en data
Met de juiste kennis en data kunnen keuzes voor een centrumgebied beter worden onderbouwd.

Pijler 5: profilering en onderscheidend vermogen
Het eigen karakter van een binnenstad is essentieel. Het juiste profiel trekt de juiste klanten aan en stimuleert consumenten om centrumgebieden te bezoeken.

Om de retail en horeca te ondersteunen met deze pijlers, kunnen acht instrumenten worden ingezet:

1. Retail wordt voortaan als onderdeel opgenomen in een Stadsarrangement

2. Een Aan-de-slagtraject kan duidelijk maken waaraan een stadscentrum behoefte heeft en waar kansen liggen

3. Er zijn experts beschikbaar voor retail-vraagstukken

4. Gemeenten krijgen hulp bij het saneren van plancapaciteit, zodat de juiste winkels op de juiste plek terechtkomen

5. Vrije toegang tot data moet leiden tot weloverwogen ruimtelijke keuzes

6. Voor vraagstukken die verdieping behoeven, richten Saxion of Windesheim een retailpracticum in

7. Individuele ondernemers kunnen workshops en trainingen volgen

8. Ondernemerscollectieven kunnen meedoen aan speciale leergangen en profileringstrajecten

Kruisbestuiving komt in plaats van ‘ieder voor zich’
De rode draad tijdens de drie retailcafés was wel dat kruisbestuiving onontbeerlijk is om een succesvol – lees: toekomstbestendig – stads- of dorpscentrum te ontwikkelen. En dan betreft het niet alleen kruisbestuiving binnen de eigen branche, maar juist ook daarbuiten. De horeca draagt immers bij aan de klandizie van de warenmarkt, hotels aan de klandizie van winkels. Zonder elkaar ben je niets, zo klinkt het steeds.

De kruisbestuiving moet bovendien verder gaan dan de eigen zaak in de eigen winkelstraat: steden en dorpen moet elkaar aanvullen en versterken, winkeliers moeten ook – via een goede website – bij de consument in de huiskamer zijn, vastgoedeigenaren moeten investeren om lange termijn doelen te behalen, consumenten moeten loyaal zijn aan ‘hun’ winkels en de overheid moet de lokale economie sturen, maar zeker ook faciliteren.

De weg naar de ultieme kruisbestuiving heet ‘samenwerking’. Het adagium ‘ieder voor zich’ behoort definitief tot het verleden. Of, om met gedeputeerde Van Haaf te spreken: ‘Via samenwerking, inmiddels verworven kennis en de instrumenten van de Overijsselse Retailaanpak kunnen we een duurzame toekomst opbouwen. Aan de slag!’

Wil je graag zien wat er zoal is besproken? We hebben een compilatie voor je gemaakt van de drie uitzendingen.

Partners