Retailcafé Regio Twente: Optimisme overheerst bij retail (maar wat is dat eigenlijk?)

Crisis of geen crisis: winkeliers in Twente zijn onvermoeibaar, creatief en onverbiddelijk optimistisch. Dat is althans het beeld dat ontstaat tijdens het retailcafé regio Twente in Almelo, op 30 september 2020. De tot nu toe in gang gezette transformaties van Twentse stads- en dorpscentra smaken naar meer, lijkt het.

Luister bijvoorbeeld naar wethouder Bert Tijhof van Rijssen-Holten. ‘De structuurvisie waarin we het centrum terugbrachten tot één straat, stuitte aanvankelijk op scepsis’, herinnert hij zich. ‘Maar inmiddels zegt de detailhandel: misschien moesten we maar een paar stappen extra zetten.’

Rijssen-Holten heeft de vierkante meters buiten het centrum die voorheen aan winkels toebehoorden, inmiddels herbestemd. Je vindt er nu woningen en kantoren. In het centrum zelf krijgen winkels alle ruimte. ‘We hebben, omdat zoiets veel publiek trekt, zelfs een kringloopwinkel naar het centrum gehaald. Dat was tien jaar geleden not done’, zegt Tijhof. ‘Ons adagium is: investeer in wat goed gaat. Het enige dat we nu nog willen, is meer ruimte voor verblijfshoreca.’

De grondhouding is: schouders eronder
Er klinkt ook optimisme door in de woorden van Claudia Timmers, centrummanager van Tubbergen. ‘De nieuwe opleving van corona maakt wat machteloos, maar de grondhouding van ondernemers blijft: de schouders eronder’, zegt Timmers. Tubbergen is nog op zoek naar een helder profiel, en de centrummanager denkt dat de instrumenten uit de Overijsselse Retailaanpak hen goed van pas zullen komen.

‘De grootste uitdaging is: hoe onderscheid je je?’ weet Almeloos wethouder Jan Martin van Rees. ‘Almelo wil graag een eigenzinnige stad zijn. We hebben de haven teruggebracht en zijn daarmee de enige stad in Twente met water in het centrum. Dat was dus een goede zet. Nu proberen we, via de leegstandsverordening en met hulp van een vastgoedregisseur, de binnenstad extra functies te geven. Zoals kantoorruimte boven winkels.’

Marcel Evers van INretail signaleert dat de detailhandel in ‘schrikbarend tempo’ klappen krijgt. ‘We komen er nu achter dat we de gigantische hoeveelheid winkels die we ooit ruimte gaven, niet meer nodig hebben. De detailhandel heeft hulp nodig, en gelukkig ziet de provincie Overijssel dat in. Het is heel knap wat jullie hier doen. De focus komt logischerwijs te liggen op de binnenstad. Natuurlijk zit nog altijd de helft van de detailhandel op perifere locaties. Maar zelfs grootschalige winkels als Decathlon trekken naar de binnenstad.’

 Is een winkel met tuinmeubelen wel detailhandel?
Met zijn betoog reageert hij onder meer op PVV-statenlid Erik Veltmeijer, die zich, als warm pleitbezorger van compacte en levendige stadscentra, afvraagt waar de grenzen van ‘detailhandel’ liggen. ‘Een winkel met tuinmeubelen: is dat nou detailhandel, of niet?’ Veltmeijer is duidelijk: ‘Wat mij betreft hoort alles wat je niet direct in je auto kunt stoppen, op een bedrijventerrein thuis.’

Evers: ‘Als je zo denkt, laat je de markt zijn werk doen. Maar dat leidt tot overbewinkeling. Nederland telt 140 woonboulevards omdat bedrijven zich daar puur uit concurrentie-overwegingen vestigden. Terwijl tachtig of negentig woonboulevards genoeg zou zijn. Het punt is: je kunt niet alles. Je zult érgens mensen moeten teleurstellen.’

Wethouder Van Rees laat zien hoe Almelo van een minpunt juist iets positiefs weet te maken. ‘Wij zijn niet interessant voor grote winkelketens. Daarom moeten winkeliers creatief zijn met het binnenhalen van klanten. Hoe ze dat willen doen? Er ligt nu bijvoorbeeld een idee om alle veertigduizend werknemers van Almelo straks een kerstcadeau in de vorm van munten te geven die ze kunnen besteden in de stad zelf.’ Een plan dat overigens, zo vult Timmers aan, ook in Tubbergen al in de steigers staat.

Je kunt de gehele uitzending hier terugkijken. Heb je niet veel tijd? Bekijk dan hier de compilatie van de uitzending.

Partners