Smart Cities in Overijssel: we staan aan het begin. Het is tijd voor actie.

Beleidsmakers en deskundigen over de slimme, Overijsselse steden  

Smart Cities in Overijssel? “We staan aan het begin’’, stelt de Overijsselse gedeputeerde Monique van Haaf. “Maar het moet van onderop komen, vanuit de steden.” Dat Smart Cities de manier gaan veranderen waarop we steden beleven, staat als een paal boven water voor Jan-Willem Wesselink van de Future City Foundation. “Eerst was er de uitvinding van de stoommachine, daarna ging de revolutie over op elektriciteit. De Smart Cities zullen minstens een vergelijkbare impact hebben.” Zijn netwerk focust zich op de vraag van de stad. Die vraag gaat radicaal veranderen nu we door digitale technieken overal verbonden zijn, is zijn voorspelling: “Door die flexibiliteit kunnen we eigenlijk alles overal doen. En dan komt de vraag, waarom zijn we daar waar we zijn?”

Ook docent Planologie en Smart Cities Bert Groot van de Hogeschool Saxion weet dat het snel gaat met de ontwikkelingen. “Maar dan is juist de vraag: hoe gaan we ons als stad, als samenleving, voorbereiden op ontwikkelingen die zo snel gaan?”. Het antwoord op die vraag wordt ook gezocht door advocaat Anita Nijboer van het Amsterdamse advocatenkantoor Kennedy Van der Laan. Nijboer heeft inmiddels al twee boeken over Smart Cities op haar naam staan, met name gericht op de wetgeving voor gemeenten. “Welke handvaten heeft een gemeente om regels te stellen over dergelijke technologie?”, omschrijft ze de dilemma’s die overheden kunnen tegenkomen bij bijvoorbeeld de plaatsing van slimme lantaarnpalen die met sensoren en camera’s de omgeving in de gaten kunnen houden. Uit haar eigen ervaring kent ze een voorbeeld van een gemeente die akkoord ging met de plaatsing van zulke ‘slimme’ lantaarnpalen. “Maar daarna moest diezelfde gemeente aan de fabrikant betalen om de gegevens die de palen verzamelden in handen te krijgen.” Om dat soort problemen te voorkomen, adviseert docent Bert Groot van de Hogeschool Saxion overheden om vooral zelfs de digitale touwtjes in handen te nemen. “Heb een visie”, is het devies van Bert Groot. “Op een computer uitrekenen wat de ideale stad is, is niet de bedoeling”.

Die visie zou bijvoorbeeld gebaseerd kunnen zijn op de modelverordening die advocaat Anita Nijboer ontwierp voor gemeenten als aanvulling op de Algemene Plaatselijke Verordening APV (gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid – red). “Aan de voorkant afspraken maken”, noemt Anita Nijboer dat. “En de tijd om dat te doen is echt gekomen.” En ja; die tijd is nu ook aangebroken voor Overijssel, denkt Jan-Willem Wesselink vanuit de Future City Foundation. “Ik kan me voorstellen dat er in Overijssel meer voor buurtschap-achtige oplossingen wordt gekozen. Dat het allemaal wat rustiger gaat dan in het westen.” Een taak is daarbij zeker weggelegd voor de gemeentelijke en provinciale overheid, vindt Wesselink. “De overheid moet zich bewust zijn van de dilemma’s, want nu is een Smart City nog een soort uitzondering op het gewone, maar straks niet meer.” Gedeputeerde Monique van Haaf van de provincie Overijssel kijkt uit naar de ontwikkelingen in haar provincie op het gebied van Smart Cities. “Ik ben heel erg van de technologie. Zeker als het nieuwe technologie is, die ten dienste staat van de samenleving.” Wie van alle Overijsselse gemeenten het voortouw gaat nemen in deze discussie? Monique van Haaf heeft daar wel gedachten bij. “Zwolle en Enschede sluit ik niet uit”, denkt ze over die uitdaging. “Maar Almelo ook niet; dat is een stad met heel veel lef, en hoge ambities.”

Partners