Transparantie en autonomie zijn sleutelwoorden in Smart City

Een overheid die haar informatiehonger stilt zonder moreel kompas, verliest vertrouwen. Wie bouwt aan een slimme stad, moet daarom allereerst transparant zijn en de autonomie van burgers bewaken.

Dat is in een notendop de conclusie van de online smart city-sessie over ethiek en eigenaarschap van 8 februari 2021. Ze was op touw gezet door de Stadsbeweging, een programma dat de provincie Overijssel inzet voor vitale stads- en dorpskernen. Eerder belegde de Stadsbeweging al smart city-sessies over technologie met oog voor de menselijke maat en over regelgeving.

Tijdens deze derde online bijeenkomst regeerde de vraag: hoe verzamelen en analyseren we, met behulp van moderne technologie, informatie die ons kan helpen een stad te besturen, en bewaken we tegelijkertijd de privacy van burgers? Zeker nu we te maken hebben met lerende systemen – algoritmes – is het zaak om de grenzen van wat kan en mag goed af te bakenen en oog te houden voor mogelijk ongewenste effecten. Zie de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst, zie de problemen met de corona-app, zie de invloed van sociale media op ons dagelijks leven.

Dat de ethische vraag ingewikkeld is, moge duidelijk zijn. Omgaan met big data is, aldus gespreksleider Bert Groot, als de keuze die je de zelfrijdende auto moet leren maken wanneer hij moet uitwijken voor een overstekend kind, maar daarbij dreigt een groep voetgangers ondersteboven te rijden. ‘Ethiek gaat vaak over een dilemma.’

Geef burgers invloed op opgeslagen data
In Hilversum begrijpen ze hoe gevoelig het ligt om data  te verzamelen die aan de privacy van burgers raken. Gaston Crolla, strategisch adviseur in die stad, vertelt hoe de gemeente inzet op een vraaggestuurde aanpak. Ze genereert vooral data waar burgers direct belang bij hebben én waarop ze zelf invloed kunnen uitoefenen.

Zo is er een bomen-app om kapvergunningen aan te vragen, waarop mensen foto’s kunnen laden van bomen die volgens hen bescherming verdienen. Hilversum betrekt zijn burgers ook bij meting van de luchtkwaliteit in de stad en bij experimenten om sluipverkeer terug te dringen. Waar burgers niet actief bijdragen, zijn hun data beschermd: de ‘druktemeter’ die bezoek aan de binnenstad reguleert, gebruikt bijvoorbeeld alleen de locatie van mobiele telefoons.

Hilversum heeft de ethische uitgangspunten over data-inzameling in 2019 vastgelegd. Data moeten openbaar zijn in de breedste zin van het woord: voor iedereen toegankelijk, maar ook met ieders eigen technologie. Tegelijkertijd moet de opslag veilig zijn – dat wil zeggen: in systemen die de privacy bewaken en data anoniem opslaan.

Tot slot is transparantie een harde voorwaarde. Daarom kent Hilversum een sensorregister, een kaart die precies aangeeft op welke plekken in de stad welke informatie wordt verzameld en waarom – een contactadres voor meer informatie maakt de transparantie compleet. En daarom bestaat er zoiets als de website ‘Open Hilversum’, een dataplatform waarop alle ‘data-initiatieven’ samenkomen.

Stel altijd de vraag: wie helpen we hiermee?
Om tunnelvisie te voorkomen, kent Hilversum bovendien een onafhankelijk en divers samengesteld adviserend stadspanel van betrokken burgers. Voorzitter Peter Kok, ook aanwezig bij de online sessie van de Stadsbeweging: ‘Bij elk plan om data te verzamelen vragen we ons af: wie helpen we hiermee? We vragen veel aandacht aan communicatie. En we zijn erg beducht op purpose shift – is zo’n ‘druktemeter’ echt nodig vanwege corona, of verwordt hij tot algemeen instrument voor crowd management?

Ook Enschede heeft, sinds 2020, een club die over de morele kant van data-inzameling nadenkt. In die ethische commissie zitten experts die vooralsnog vooral casuïstiek bedrijven, vertelt informatiemanager Simone Rodenburg.  ‘De commissie denkt niet in goed of fout, maar zoekt antwoorden op de vraag hoe je ontwikkelingen op een verantwoorde manier kunt inbedden in beleid. Op die manier kun je per casus het geschikte instrumentarium kiezen.’

Een belangrijke casus – zeker voor Enschede, dat een positie als Europese drone-hoofdstad ambieert – is de inzet van op afstand bestuurbare vliegmachientjes om data te verzamelen. Waarop moet je als overheid letten als je drones inzet? En hoe reguleer je het gebruik ervan door andere partijen? Van wie is het luchtruim boven de stad eigenlijk? En wat vinden inwoners ervan als de gemeente met drones aan de slag gaat? Dit zijn precies het soort vragen waarop de ethische commissie antwoorden probeert te vinden.

Hetzelfde soort principiële vragen kan worden gesteld over informatiestromen binnen het sociaal domein, over camera’s in de publieke ruimte en over talloze andere onderwerpen.

We zitten midden in een industriële revolutie
Het woord is vervolgens aan Jan-Willem Wesselink, programmamanager bij smart city-netwerk Future City Foundation. Het netwerk ziet het vooral als zijn taak om kloven te beslechten; bijvoorbeeld die tussen privaat en politiek en tussen stad en technologie. ‘We zitten midden in een nieuwe industriële revolutie, die van ons leven één groot slim netwerk maakt. Wij zoeken naar instrumenten om de democratie van dat netwerk te waarborgen.’

‘Als we willen dat onze steden en dorpen leefbaar blijven, moeten we keuzes durven maken over hoe de techniek onze leefomgeving beïnvloedt. Gedegen politieke keuzes over nieuwe publieke waarden’, meent de Future City Foundation. Het boek ‘Smart & Leefbaar’ laat zien hoe die keuzes gemaakt kunnen worden. Het boek baseert zich daarbij op zeven publieke waarden uit het rapport ‘Opwaarderen – Borgen van publieke waarden in de digitale samenleving‘ van het Rathenau Instituut: privacy, autonomie, veiligheid, controle over technologie, menselijke waardigheid, rechtvaardigheid en machtsevenwicht.

‘En in feite’, zegt Jan-Willem Wesselink, ‘is autonomie waar het allemaal om draait. Historicus Yuval Noah Harari zei eens dat Facebook en China intussen bijna meer over je weten dan jij zelf. Ik beschouw het verdwijnen van autonomie als de stankoverlast van deze tijd: je kunt er best mee leven, maar op den duur ben je vergeten hoe frisse lucht ruikt.’

Wesselinks visie op autonomie brengt een kleine discussie op gang. Zo betoogt Gaston Crolla dat niet alles wat de overheid doet, per definitie de autonomie van burgers aantast. Wesselink: ‘Natuurlijk. Ook stoplichten zijn een vorm van regulering. Maar als burger wil ik snappen waarom ze er zijn en de mogelijkheid hebben om me er niets van aan te trekken.’ Bert Groot: ‘Van verlies van autonomie is eigenlijk pas sprake als je zelf niet meer kunt beslissen of je bij dat stoplicht oversteekt.’

Wesselink vervolgt: ‘Autonomie van burgers is de verantwoordelijkheid van bestuurders. Zij moeten het aandurven om hierover in gesprek te gaan.’ Peter Kok reikt een praktisch hulpmiddel aan: ‘Zij moeten in feite elk initiatief wegen op de ‘schaal van erg’: waar blijft de meter hangen op de lijn tussen aantasting van autonomie en maatschappelijk doel? En hoe erg is dat?’

Wil je meer weten over smart cities? Of wil je je alvast aanmelden voor een volgende sessie? Stuur een bericht naar Hanneke Spiertz of Bert Groot.

Partners